Prinsjesdag Update 2026 – DGA met uw eigen BV

In het eerste belastingpakket van het kabinet Jetten over het jaar 2027 zitten veel zaken die DGA’s met hun eigen BV raken. Een beperkt aantal maatregelen werkt in het voordeel van hen uit, maar de meeste helaas toch in hun nadeel.
Om goed voorbereid te zijn delen we daarom de belangrijkste wijzigingen die met ons werden gedeeld vanuit NOAB met u. Let wel, het zijn alleen zaken die met name belangrijk zijn voor DGA’s met een eigen BV, zoals u. Los van deze maatregelen zijn er nog veel meer fiscale wijzigingen aangekondigd. Daarnaast zijn er vorig jaar ook al maatregelen aangekondigd, die met ingang van 2027 (of zelfs nog later) in werking treden.
Hierbij geldt een groot voorbehoud. Deze notitie is geschreven op basis van de inhoud van het Pakket Belastingplan 2027, zoals dat op 15 september 2026 is gepubliceerd. Het kan zijn dat de definitieve uitwerking van de plannen in de uiteindelijke wetgeving nog anders wordt. Dit is zelfs waarschijnlijk, omdat de nieuwe Tweede Kamer er ook iets van zal gaan vinden. Dat geldt dit jaar meer dan ooit, omdat het kabinet Jetten een minderheidskabinet is en richting de linkse partijen of richting de rechtse partijen wisselgeld zal moeten worden betaald om de plannen succesvol door het parlement te kunnen loodsen.
Inhoud van dit artikel
Tarief inkomstenbelasting box 1
Het inkomstenbelastingtarief in box 1, waarin uw salaris uit uw BV wordt belast, wordt ietwat verhoogd.
De tarieven over 2027 worden als volgt:
Box 1-inkomen | IB/PH | |
Van | Tot | |
- | €39.247 | 36,23% |
€39.247 | €78.426 | 38,16% |
€78.426 | - | 49,50% |
Het percentage van 38,16% is ook het percentage waartegen aftrekposten in de winstsfeer, zoals de hypotheekrente, worden afgetrokken.
Maar dat zijn de ‘kale’ inkomstenbelastingtarieven. Hierbij is nog geen rekening gehouden met bijvoorbeeld de arbeidskorting (AK), algemene heffingskorting (AHK) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW).
De algemene heffingskorting, een belastingvrijstelling die iedereen geniet, wordt voor iedereen beetje verhoogd. Die bedraagt over 2026 nog maximaal € 3.115, in 2027 wordt hij maximaal € 3.154.
De arbeidskorting waarop ook u als DGA recht heeft, wordt ook van maximaal € 5.712 naast de inflatiecorrectie met € 173 extra verhoogd tot maximaal € 5.929. Dit zijn echter voorlopige cijfers. Medio november, als het wettelijk minimumloon voor 2027 wordt vastgesteld, wordt dit nog aangepast.
U bent over uw DGA-loon ook een inkomensafhankelijke bijdrage ZVW verschuldigd. Deze bedraagt voor u als DGA over 2027 5,02%, met een maximumbijdrage-inkomen van € 82.547. Ook dit zijn voorlopige cijfers. De maximale premie bedraagt dan € 4.143.
DGA-Loon
Het DGA-loon dat op fulltimebasis minimaal hoort te worden uitgekeerd, bedraagt in 2026 € 58.000. Het bedrag voor 2027 is nog niet bekend. Dat wordt naar verwachting eind december 2026 bekendgemaakt.
De materie rondom de beloning van een DGA is complex. Maar omdat een verhoging van het DGA-loon doorwerkt naar andere inkomensafhankelijke voorzieningen, zoals de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW en wellicht nog andere inkomensafhankelijke regelingen, kost die salarisverhoging relatief gezien veel inkomstenbelasting. Vaak meer dan de besparing bij de BV wegens die extra salariskosten. Ofwel, dividend uitkeren is vaak goedkoper dan extra salaris uitbetalen. Maar ook dit is weer maatwerk.
Box 2-tarief
Het box 2-tarief zit de laatste jaren in een wat rustiger vaarwater. Tot en met 2023 was het simpelweg één tarief van 25% voor ontvangen dividenden uit aandelen en vervreemdings-voordelen op aandelen in uw eigen bv, maar vanaf 2024 is het tarief gedifferentieerd in twee schijven. Die systematiek is de laatste jaren niet aangepast.
Schematisch luidt de box 2-heffing:
Jaar | Lage Schijf | Laag Tarief | Hoog Tarief |
2024 | €67.000 | 24,5% | 33,0% |
2025 | €67.804 | 24,5% | 31,0% |
2026 | €69.843 | 24,5% | 31,0% |
2027 | €69.607 | 24,5% | 31,0% |
Houd er wel rekening mee dat voor het eerst sinds 2025 de algemene heffingskorting (AHK) wordt verlaagd op basis van het het box 2-inkomen. Dat geldt eveneens voor de jaren 2026 en 2027, en dan voor een inkomen tot € 78.426. Daarna krijgt u geen algemene heffingskorting meer.
Wat betekent dat als u bijvoorbeeld een DGA bent met een salaris van € 58.000? Dan is het effectieve box 2-tarief:
box 2-heffing 24,5%
afname AHK 6,5% (afgerond)
totaal 31,0%
Dit is opvallend, omdat het hoge box 2-tarief ook 31% is. Dividend uitkeren is vanuit een fis-caal perspectief dus eigenlijk alleen maar aantrekkelijk als het verzamelinkomen van u en/of van uw partner hoger is dan € 78.426.
Maar let sowieso op, omdat het uitkeren van dividend ook invloed kan hebben op allerhande heffingskortingen, toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen, zoals de persoons-gebonden aftrek (denk aan aftrekbare ziektekosten en giften), ouderenkorting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebon-den budget. Heel veel regelingen in Nederland zijn inkomensafhankelijk. Hoe hoger het inko-men is, des te minder kan men gebruik maken van die regelingen. Het uitkeren van dividend is een vorm van inkomen, waardoor die regelingen wellicht minder kunnen worden benut.
Het is daarom verstandig, voordat u dividend uit uw eigen bv uitkeert, om eerst even overleg met ons te plegen zodat u weet waar u aan toe bent. Wij noemen dat het uitstippelen van een dividendpolitiek. En als u dividend wilt uitkeren, wat dan het optimale dividend is en wanneer u dat het beste kunt uitkeren. Vooral als u een grotere aanschaf wilt doen met geld uit uw eigen BV.
Vennootschapsbelasting
De vennootschapsbelasting wijzigt komend jaar wederom niet. De eerste schijf van € 200.000 blijft belast tegen 19%, alles daarboven tegen 25,8%. Dit is al het vijfde jaar op rij dat de vennootschapsbelastingtarieven niet wijzigen. Dat is betrekkelijk uniek in de huidige fiscale wereld.
Doordat de vennootschapsbelasting twee schijven kent, is het bij meerdere BV’s belangrijk om goed na te denken over de verdeling van winsten in die BV’s. Hierbij kunnen we u ondersteunen om de fiscale situatie van uw BV's te optimaliseren.
Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan een holding met een winst van € 50.000 en een werkmaatschappij met een winst van € 350.000. Die maken samen € 400.000 winst. Maar een deel van de winst van de werkmaatschappij wordt belast tegen 25,8%, terwijl de holding nog ‘ruimte’ heeft in de eerste schijf van 19%. Onder omstandigheden is het mogelijk om de belastbare winsten te beïnvloeden en te sturen. Bijvoorbeeld via een tussenjaarse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Daardoor kan betrekkelijk eenvoudig vennoot-schapsbelasting worden bespaard. In bovengenoemd voorbeeld maximaal € 13.600.
Het spreekt voor zich dat het wel moet lonen. We gaan geen extra kosten maken als de te besparen vennootschapsbelasting gering is.
Integrale tarief
Als u winst in uw bv haalt, betaalt u eerst vennootschapsbelasting. Als u daarna die nettowinst als dividend uitkeert, betaalt u over dat nog eens dividend box 2-heffing. Beide belastingen zijn progressief.
In een tabel komt dat als volgt tot uitdrukking:
Belastingheffing Box 2-tarief | Winst ≤ €200.000 | Winst > €200.000 | ||
24,5% | 31,0% | 24,5% | 31,0% | |
Winst BV | 100,00% | 100,00% | 100,00% | 100,00% |
Vpb | -19,00% | -19,00% | -25,80% | -25,80% |
Nettowinst | 81,00% | 81,00% | 74,20% | 74,20% |
Box 2-heffing | -19,845% | -25,110% | -18,179% | -23,002% |
Netto Dividend | 61,155% | 55,890% | 56,021% | 51,198% |
Integraal tarief IB/Vpb | 38,845% | 44,110% | 43,979% | 48,802% |
Iemand die zijn winst weet te spreiden, waardoor zijn vennootschapsbelasting niet hoger is dan 19% en regelmatig dividend uitkeert waardoor zijn box 2-heffing niet hoger wordt dan 24,5%, betaalt uiteindelijk maar 38,845% integraal aan belastingheffing.
In een worstcasescenario, waarbij de winst in de BV wordt belast tegen 25,8% en het dividend daarna ook nog eens tegen de hoge box 2-schijf van 31%, betaalt de DGA integraal 48,802% belastingheffing.
Zie hier het belang van een goed taxmanagement: het kan heel concreet soms een groot bedrag aan belasting besparen.
Innovatiebox in het mkb
De innovatiebox is een regeling in Vpb, waarbij voordelen uit zelfontwikkelde immateriële activa effectief tegen een verlaagd tarief (9% i.p.v. maximaal 25,8%) belast kunnen worden.
In dat geval wordt 25% van de winst aangemerkt als saldo van voordelen uit hoofde van im-materiële activa en daarmee in de innovatiebox belast. Dit forfaitaire bedrag is in 2026 nog gemaximeerd op € 25.000 (per jaar en per belastingplichtige).
Voor de goede orde, er is wel steeds een RVO-beschikking nodig.
De innovatiebox kent twee systemen:
toepassen op basis van een individuele afspraak met de Belastingdienst via een vaststellingsovereenkomst (VSO). Die kent doorgaans een langere looptijd, bijv. 5 jaar;
de forfaitaire regeling, speciaal bedoeld voor mkb, die betrekkelijk eenvoudig is toe te passen.
Om recht te doen aan het feit dat winst uit een immaterieel activum zich meestal niet in slechts één jaar materialiseert, is ervoor gekozen om de winst (fictief) te verdelen over drie jaar, na-melijk over jaar waarin immateriële activum ontstaat en de twee daaropvolgende jaren.
Wat is nu de wijziging? Het maximum in de innovatiebox voor het MKB wordt verhoogd van € 25.000 naar € 100.000. Dat kan een Vpb-voordeel opleveren van maximaal € 16.400 in plaats van € 4.200, ofwel een verbetering van € 12.600. Die verhoging van het maximum van € 25.000 naar € 100.000 treedt in werking per 2027.
Energie-investeringsaftrek (EIA)
Het aftrekpercentage energie-investeringsaftrek (EIA) wordt met ingang van 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%.
Maar let op in het geval u zou kiezen om te wachten om te investeren tot 2027, omwille van de verhoging van het percentage. Bepaalde EIA-investeringen kunnen nog wel in de Energielijst 2026 staan, maar niet meer in de Energielijst van 2027. Deze lijst wordt pas bekendgemaakt rond Kerst. Als u die investeringen wilt uitvoeren, dan kunt u dat beter nog dit jaar doen dan volgend jaar.
Het kabinet kondigde overigens eerder een samensmelting aan van de EIA, de milieu-investeringsaftrek (MIA) en vervroegde afschrijvingen milieu-investeringen (VAMIL), maar daar lezen we in het Belastingpakket 2027 niets over terug.
Afschaffen gerichte vrijstelling branche-eigen producten
De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten in de werkkostenregeling (WKR) wordt in 2027 afgeschaft.
Dit betreft de belastingvrije korting die werkgevers hun medewerkers kunnen geven van maximaal € 500 per jaar aan eigen producten, met maximale korting van 20%. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtic-kets, hypotheekadvies of verzekeringspremies.
Pseudo-heffing voor personenauto’s
Verder is er een belangrijke wetswijziging aangekondigd voor werkgevers die aan hun werknemers een auto van de zaak ter beschikking stellen. Dit is een nieuwe maatregel, die ingaat op 1 januari 2027. Dit kan u als DGA ook raken, omdat u een werknemer bent bij uw eigen BV als werkgever.
De regeling komt in het kort hierop neer. De werkgever moet zelf een extra bedrag aan loon-heffing afdragen in de vorm van een eindheffing, ter grootte van 12% van de cataloguswaarde van die auto. Alleen als de auto ouder is dan 30 jaar, wordt de 12% belasting berekend over de waarde in het economische verkeer in plaats van de cataloguswaarde. Stel, u heeft een personeelslid met een auto van de zaak met een waarde van € 50.000. Dan kost u dat per jaar 12% x € 50.000 = € 6.000 eindheffing. Let wel, dat is een belasting die u zelf moet betalen, u mag hem niet doorbelasten aan uw werknemer.
De eindheffing wordt per kalendermaand berekend, maar u als werkgever hoeft die pas in de tweede maand na afloop van het betreffende kalenderjaar te betalen. Voor het eerst speelt dit over 2027, zodat de afdracht voor het eerst moet plaatsvinden in februari 2028.
Wanneer geldt die pseudo-heffing:
als een werkgever een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, die de werknemer óók privé mag gebruiken. Onder privégebruik valt tevens het woon-werkverkeer. Als een werknemer de auto niet privé gebruikt, ook niet voor woon-werkverkeer, geldt de pseudo-heffing niet;
hij geldt alleen voor auto’s met CO2-uitstoot. Hij geldt niet voor een volledig emissievrije auto. Maar dus weer wel voor hybride auto’s;
hij geldt voor alle soorten auto’s die niet volledig emissievrij zijn, dus ook als het gaat om bijvoorbeeld kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (met maximaal 9 zitplaatsen) en zelfs voor lijkwagens. Hij geldt niet voor bijvoorbeeld bestelbusjes, motors en tractors.
Deze belasting staat helemaal los van de belasting die de werknemer al als bijtelling voor privégebruik betaalt. Het is een extra belasting voor de werkgever.
Gelukkig geldt er wel een overgangsregeling. Die komt hierop neer:
de eindheffing geldt alleen voor auto’s die vanaf en na 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking worden gesteld;
als een werknemer al voor 1 januari 2027 een auto ter beschikking gesteld krijgt, hoeft de werkgever hierover nog geen eindheffing te betalen;
maar dat laatste geldt maar tot 1 januari 2031. Als u uw werknemer op bijvoorbeeld 1 december 2026 een nieuwe benzine- of dieselauto met een leasecontract van 5 jaar ter beschikking stelt, geldt voor die auto toch een afdrachtverplichting vanaf 1 januari 2031.
Box 3
Al vanaf 2021 rommelt het op het gebied van box 3, de belastingheffing over sparen en beleggen. En deze chaos is de laatste maanden, ook na Prinsjesdag 2026, alleen maar groter geworden.
De laatste ontwikkeling is dat er een nieuwe wet is afgekondigd, de Wet werkelijk rendement box 3. Die zou oorspronkelijk ingaan in 2028. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel al aanvaard, maar de Eerste Kamer nog niet.
De Wet werkelijk rendement box 3 komt in het kort hierop neer:
u gaat belasting betalen over uw werkelijk rendement in box 3. Het stelsel van het forfaitaire rendement komt daarmee helemaal te vervallen;
u krijgt een heffingvrij inkomen van € 1.800 per persoon. Fiscaal partners samen dus € 3.600;
als u in een jaar verliezen maakt, bijvoorbeeld door een crash op de aandelenbeurs, dan mag u dat verlies compenseren met volgende jaren;
kosten worden aftrekbaar. Dat is vooral voor eigenaren van vastgoed in box 3 belangrijk: betaalde OZB, verzekeringspremies, onderhoudskosten, waterschapslasten, e.d. worden aftrekbaar;
ook rentelasten zijn aftrekbaar, ook voor consumptieve leningen;
niet alleen de reguliere inkomsten (rente, dividend, huur, e.d.) wordt belast, ook de vermogensaanwas van een vermogensbestanddeel. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vermogensbestanddelen:
a. onroerende zaken en aandelen in starters: daar wordt de waardeaangroei belast bij realisatie, doorgaans bij verkoop van die zaken. Dat heet de systematiek van de vermogenswinstbelasting;
b. ander zaken (banktegoeden, effecten, crypto, vorderingen, e.d.): daar wordt de waardeaangroei belast in het jaar dat ze zich voordoen. Dat heet de systematiek van de vermogensaanwasbelasting.
Een aantal politieke partijen wil per se dat de vermogenswinstbelasting ook geldt voor aandelen, crypto en dergelijke. Dus voor alle vermogensbestanddelen. Een aantal is daar geen voorstander van.
Het toepassen van de vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen kost de staat erg veel belastingopbrengst.
De laatste stand van zaken is dat het kabinet met concrete voorstellen komt om uit deze impasse te komen in de Voorjaarsnota 2027, die rond mei 2027 verschijnt.
Andere maatregelen
Behalve bovenstaande maatregelen gaat nog een aantal fiscale zaken veranderen, die voor u als DGA met uw eigen BV belangrijk kunnen zijn.
Een korte (beslist niet limitatieve) opsomming daarvan luidt:
het maximaal onbelast te verstrekken reiskostenvergoeding is verhoogd met € 0,02 tot € 0,25 (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026);
afschaffen verlaagde btw luchtballonvaarten (2028);
afschaffen accijnskorting kleine brouwers (2028);
afschaffen laag btw-tarief sierteelt (2028).
Andere zaken van belang in de toekomst
Het kabinet heeft al een schot voor de boeg gegeven ten aanzien van een aantal andere zaken die ze willen aanpakken. Een paar kunnen ook voor u belangrijk zijn.
Er is steeds meer sprake van om op termijn de hypotheekrente af te schaffen. Dat zal deze kabinetsperiode niet gebeuren, maar dat er op termijn minimaal aan gemorreld gaat worden, is zeer waarschijnlijk.
De fiscus heeft samenwerkingsverbanden tussen een DGA met zijn eigen BV in het vizier. Er bestaat een mogelijkheid dat een bestaande VOF of maatschap tussen de DGA en zijn eigen BV fiscaal niet langer wordt toegestaan.
Er is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ondernemers aangekondigd. Maar die geldt alleen voor ondernemers in de inkomstenbelastingsfeer, zoals eigenaren van een eenmanszaak. Dit is niet van toepassing voor u als DGA.
De problematiek rondom zzp’ers blijft ook in beweging:
- op 1 januari 2027 treedt in werking wetgeving die bepaalt dat als een zzp’er een uurloon ontvangt van € 38 (norm 2026) of minder, hij geacht wordt een werknemer te zijn bij de opdrachtgever. De werkgever kan dan alsnog het tegendeel aantonen, dat de zzp’er écht zzp’er is en geen werknemer, maar daarvoor ligt de bewijslast wel bij de werkgever;
- waarschijnlijk op 1 januari 2028 treedt de Zelfstandigenwet in werking. Die wet is ech-ter nog onder constructie.
Ten slotte over Prinsjesdag 2026 voor IB-ondernemers & ZZP'rs
Deze notitie geeft de belangrijkste wijzigingen weer die op Prinsjesdag 2026 voor DGA's met een eigen BV. Om concreet te weten welke gevolgen deze nieuwigheden met zich meebrengen kijken we graag samen met u mee om uw situatie fiscaal te optimaliseren.


Opmerkingen